Algemene behandelinformatie
Beugel
In het begin is het vaak wennen aan de beugel, en kunnen de tanden gevoelig zijn. De beugel wordt regelmatig, bijvoorbeeld eens per maand, strakker gezet. Het is niet verstandig om kauwgom te eten als men een beugel draagt, en het is extra belangrijk om goed te poetsen.Als de tanden eenmaal rechtstaan, wordt vaak nog een poosje een ‘retentiebeugel’ voorgeschreven. Dat is een kleine beugel of een metalen draad die zorgt dat de tanden niet weer scheef gaan groeien. |
Vullingen
|
Tandvleesontsteking
Als de tandplaque niet diep zit, kunt u het zelf verwijderen met tandenborstel, flosdraad, tandenstokers en ragertjes. Tandsteen of dieper gelegen tandplak (bij parodontitis) moet door de tandarts of mondhygiënist worden verwijderd. Soms moet daarvoor het tandvlees met een kleine operatie (‘flapoperatie’) tijdelijk worden losgemaakt. |
Trekken van tand of kies
![]() U krijgt een plaatselijke verdoving voor het gebied rond de tand/kies of een hele kaak. Dan wordt met instrumenten de tand of kies voorzichtig losgewrikt en getrokken. De wond wordt gehecht met hechtgaren, dat vanzelf verdwijnt. Als u pijn voelt nadat de verdoving is uitgewerkt, kunt u een pijnstiller als paracetamol nemen. Na de behandeling kunt u eventueel last krijgen van wat koorts, enige zwelling, nabloeding of een ontsteking. Overleg met uw tandarts wat u dan moet doen. Let op: als u antistollingsmiddelen gebruikt of hartklachten heeft, zijn er extra voorzorgsmaatregelen nodig voor het tanden of kiezen trekken! Meld dit dan ook voorafgaand aan de behandeling. |
Wortelkanaalbehandeling
De tandarts maakt een röntgenfoto en dient een lokale verdoving toe. Daarna wordt een gaatje in de tand of kies geboord. Via dit gaatje wordt met kleine vijltjes al het ontstoken of afgestorven weefsel verwijderd. De tand wordt van binnen goed schoongemaakt en opgevuld. Na de behandeling kunt u wat last van pijn hebben. Dan kunt u bijvoorbeeld paracetamol gebruiken. Als de pijn erg sterk is, of meer dan vier dagen aanhoud moet u contact opnemen met uw tandarts. |
Kronen en bruggen
Een brug vervangt één of meer ontbrekende kiezen of tanden. De brug bestaat uit een kunsttand- of kies, met een bevestiging aan naastgelegen kiezen of tanden. Een gewone brug rust op de kiezen/tanden links en rechts van de open ruimte. Een vrij-eindigende brug zit maar aan één kant vast. Bij beide vormen worden de kiezen of tanden, die als steunpunt dienen, deels rondom afgeslepen. Op de kies of tand wordt een kies/tandvormig kapje vastgelijmd. Hieraan zit de kunsttand, die op deze manier stevig vast komt te zitten aan de naastgelegen kiezen of tanden. De etsbrug wordt vaak voor voortanden gebruikt. De kunsttand wordt met een metalen plaatje aan de achterkant aan de buurtanden vastgelijmd. Kronen en bruggen zijn van porselein, metaal met een laagje porselein, of helemaal van goud. Ze gaan 10-15 jaar mee. Houd de randen van de kroon goed schoon met flosdraad of ragertjes en door zorgvuldig te poetsen. |
Kunstgebit
Als de wortels van sommige tanden of kiezen nog goed genoeg zijn, kunnen ze als steun voor het kunstgebit dienen. Dan wordt een overkappingsprothese gemaakt. Die zit steviger, en uw mond blijft in betere conditie. Net als gewone tanden moet een kunstgebit goed worden schoongehouden. Gebruikt u hiervoor een protheseborstel, water en zeep. |
Implantaten
De ingreep wordt voorbereid met een onderzoek van het kaakbot met röntgenfoto’s of scans. Als er goede plaats voor het implantaat is gevonden, wordt via een snee in het tandvlees een gat gemaakt in het bot. Daar wordt het implantaat in gedrukt of geschroefd. Vervolgens wordt het tandvlees gehecht. De eerste dagen na de operatie moet u erg voorzichtig zijn met het implantaat. Raak het niet aan en eet zacht voedsel. Een implantaat heeft 3 maanden tot een half jaar nodig om stevig vast te groeien. Tot die tijd mag het implantaat absoluut niet worden belast. Als u een implantaat heeft gekregen is een goede mondhygiëne extra belangrijk. |